De Algemene Vergadering van de Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR) heeft het standpunt ‘Screening, capaciteit, waar doen we goed aan?’ vastgesteld.
Aanleiding is de groeiende maatschappelijke, politieke en professionele aandacht voor vroege opsporing van ziekte, onder meer rond borstkanker-, prostaatkanker- en longkankerscreening. Tegelijkertijd neemt ook het aanbod van ongerichte en commerciële screeningsinitiatieven toe. Door nu een standpunt op basis van de reeds eerder geformuleerde mening vanuit de vereniging vast te stellen, geeft de NVvR richting aan screening waar radiologie bij betrokken is.
Screening vraagt om een zorgvuldige afweging
Omdat screening per definitie bij gezonde mensen gebeurt vraagt dit niet alleen om mogelijkheden van vroegere opsporing en een daaruit voortvloeiende minder belastende behandeling, maar ook naar afweging van risico’s zoals overdiagnose, overbehandeling, stralings- en contrastbelasting, nevenbevindingen en psychologische belasting. Heldere afbakening van de doelgroep is daarbij noodzakelijk.
Capaciteit is een randvoorwaarde
De NVvR benadrukt dat capaciteit niet als sluitpost mag worden beschouwd. Nieuwe screeningsprogramma’s leiden vaak tot extra beeldvorming, vervolgdiagnostiek en behandeling. In een zorgsysteem waarin de radiologische capaciteit al onder druk staat, moeten uitvoerbaarheid, beschikbaarheid van professionals en middelen, en de gevolgen voor de volledige zorgketen vooraf realistisch worden meegewogen.
Ook financiering hoort daarbij. Screeningonderzoek bij gezonde mensen past niet binnen de reguliere medisch-specialistische zorg, ook niet qua financiering. De financiering van screening dient daarom apart van de reguliere zorg te worden georganiseerd, met voldoende waarborgen voor de kwaliteit van beeldvormende onderzoeken inclusief verslaglegging.
Continue monitoring en innovatie
Voor verantwoorde invoering en voortzetting van screening is tevens structurele monitoring van kwaliteit en uitkomsten noodzakelijk. Dit betreft zowel klinische uitkomsten, zoals detectieratio en overdiagnose, als proces- en kwaliteitsindicatoren, waaronder beeldkwaliteit en interpretatievariatie.
Innovatie, bijvoorbeeld door inzet van kunstmatige intelligentie en optimalisatie van werkprocessen, kan bijdragen aan extra zorg- en screeningscapaciteit. Tegelijkertijd is innovatie geen volledige oplossing voor structurele capaciteitsvraagstukken.
Realistische verwachtingen en goede voorlichting
De NVvR is al met al voor screening wanneer deze wetenschappelijk bewezen effectief, proportioneel en kosteneffectief is, en daarvoor voldoende capaciteit beschikbaar en geborgd is. Waarbij capaciteit, financiering, uitvoerbaarheid en monitoring van kwaliteit en uitkomsten als voorwaardelijk, niet als sluitpost worden beschouwd. Hieruit volgt ook dat ongerichte en onvoldoende gereguleerde screening niet wenselijk is. Zeker in een samenleving waarin de grens tussen gezond en ziek steeds meer kan vervagen, zijn realistische verwachtingen, goede publieksvoorlichting en bewuste keuzes nodig over wat wenselijk én haalbaar is. Een belangrijke reden om als NVvR dit standpunt te bekrachtigen.