CvB / FAQ

De Commissie voor Beroepsaangelegenheden (CvB) ontvangt en beantwoordt vragen van leden van de NVvR. Hieronder staat een selectie van meest gestelde vragen en antwoorden.

Normtijden

Wat zijn normtijden?

Normtijden zijn geen echte tijden, maar een weegfactor binnen een specialisme om de zwaarte van een verrichting/zorgactiviteit te bepalen. Maatschappen/afdelingen kunnen op basis van normtijden en aantallen verrichtingen/zorgactiviteiten de productie meten en onderling vergelijken.
De normtijden zijn door de CvB herijkt voor 2016 (en 2016 = 2017), waarbij vooral is gekeken naar de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende verrichtingen. Met een lichte neerwaartse bijstelling is gestreefd naar normtijden die de praktijk dichter benaderen.
Logex gebruikt de normtijden voor hun benchmarksystematiek. In 2014 en 2015 was het aantal normuren per fte in de Logex-benchmark over 55 vakgroepen circa 2.450 uur / fte en in 2016 circa 2.300 uur / fte (NB Zie opmerking over herijking normtijden 2016 hierboven).
Het probleem van landelijke toename van de werklast van de radioloog is onderwerp van gesprek met Logex en de FMS. Vooraleer hier een passende oplossing voor is gevonden, is de CvB het probleem aan het inventariseren.

Wat is de relatie tussen normtijden en Sanderspunten?

Per 1 januari 2014 is de relatie tussen normtijden en Sanderspunten losgelaten en wordt de lijst van Sanderspunten niet meer geactualiseerd. Nieuwe zorgactiviteiten krijgen wel een normtijd, maar geen Sanderspunten toegekend. Omdat de normtijden worden geactualiseerd en t.o.v. elkaar zijn "geijkt", geven deze een betere weergave van de onderlinge tijdsbesteding per zorgactiviteit weer dan de Sanderspunten.
De normtijden staan in NVvR Zorgactiviteitenlijst en registratieregels. De laatste Sanderspuntenlijst is uit 2012.

Kloppen de normtijden?

De huidige normtijden voor alle radiologische verrichtingen zijn uitvoerig besproken binnen de CvB. Hierbij zijn enkele naar beneden bijgesteld en enkele naar boven bijgesteld.
Normtijden zijn daarbij geen echte tijden maar ratio. Aangezien de buitenwacht dit begrip ratio niet altijd begrijpt, is de CvB van mening dat het totaal aantal normuren (gerealiseerde verrichtingen x normtijden) wat een gemiddelde radioloog "werkt" enigszins reëel zou moeten zijn. Met de huidige normtijden "werkt" een radioloog gemiddeld ongeveer 2.300 uur. Bij werkdagen van 10 uur (patiëntgebonden werk) zou dit neerkomen op 230 dagen werk per jaar. Om een voorbeeld te geven: in 2017 zijn er 260 werkbare dagen. Zo zijn er dan nog 30 dagen = 6 weken over voor vakantie en congres.
De FMS stelt hierbij dat uren gewerkt in de dienst niet meetellen. Hiervoor heeft de FMS de Handreiking Disutility gemaakt.

Kloppen de normtijden voor interventieradiologie?

De CvB is van mening dat de normtijden van interventieradiologie niet te laag zijn. Bijvoorbeeld: Voor een dotter met stentplaatsing t.b.v. een stenose in het iliacale traject kan aan “tijd” 111,25 minuten (80023, 80821, 85320, 88920) worden geregistreerd. Dat moet gemiddeld ruim voldoende zijn.
Er wordt soms bij de CvB gevraagd naar aparte beloning in ziekenhuizen van interventieradiologie. Als dit zo is, zijn het afspraken op lokaal niveau, binnen de eigen MSB. De CvB is hierin geen partij en is niet bekend met de afspraken die er binnen de verschillende MSB's worden gemaakt.

Registratie MDO

Wanneer mag een MDO worden geregistreerd?

De definitie van een multidisciplinair overleg (MDO) is aangepast per 2016. Het MDO is een bespreking geworden tussen minimaal drie beroepsbeoefenaren, die de poortfunctie uitvoeren en/of ondersteunende specialisten (en met verschillende AGB-codes). Hiermee zijn de ondersteunende specialismen, zoals radiologie en pathologie, erkend als deelnemers aan het MDO. Deze zorgactiviteit kan door iedere beroepsbeoefenaar worden vastgelegd. In 2015 luidde de definitie nog dat een MDO mag worden geregistreerd als er sprake is van een bespreking tussen minimaal drie poortspecialismen.
Omdat in de normtijd van elk radiologisch onderzoek ook de bespreking van de beoordeling/het verslag van het onderzoek met de aanvrager is verwerkt, wordt een MDO niet geregistreerd bij de SEH-besprekingen en andere "foto" besprekingen ook al zijn er drie verschillende specialismen aanwezig.

Wat is de normtijd van een MDO?

De zorgactiviteit multidisciplinair overleg (190005) had sinds 2014 een normtijd van 7,5 minuten. Per 2016 is deze normtijd verhoogd tot 12 minuten, waarmee de CvB tegemoet heeft willen komen aan vragen over de gemiddelde tijdbesteding per MDO inclusief voorbereidingstijd en evt. afhandeling na het MDO.

Herbeoordeling/second opinion

Wat is de vergoeding voor een herbeoordeling/second opinion?

Per 1 januari 2013 is het mogelijk een herbeoordeling/second opinion te registreren met zorgactiviteitcode 089879, beoordeling onderzoek voor derden. Deze code wordt eenmaal geregistreerd ongeacht het aantal en soort te (her)beoordelen onderzoeken en kan ook worden gebruikt voor beoordeling van het mammografisch onderzoek na verwijzing vanuit het bevolkingsonderzoek borstkanker (indien er geen nieuw mammogram wordt vervaardigd).
De normtijd voor een herbeoordeling/second opinion is voor 2016 gelijk aan de normtijd van een multislice CT-hart of CT-abdomen (inclusief contrast). De CvB is van mening dat dit als gemiddelde tijd voor alle herbeoordelingen/second opinions voldoende zou moeten zijn. Uitzonderingen, die gemiddeld meer tijd kosten, hebben veelal een onduidelijke vraagstelling en/of worden zonder oorspronkelijk verslag aangeleverd. Hier zou op gestuurd kunnen worden, door als afdeling aan te geven in welke vorm een herbeoordeling/second opinion alleen in behandeling kan worden genomen.
Andere uitzonderingen kosten meer tijd omdat er een beroep wordt gedaan op specifieke expertise. Dit zijn dan veelal verzoeken om herbeoordelingen van buiten het eigen ziekenhuis. In dat geval is er sprake van onderlinge dienstverlening (ODV), waarvoor een tarief in rekening kan worden gebracht bij de aanvrager vanuit het andere ziekenhuis. Voor onderlinge dienstverlening zijn de tarieven vrij, dus er kan worden afgeweken van het door de NZa berekende integrale tarief.

Verwijzing via BOB

Wat kan worden geregistreerd bij een doorverwijzing vanuit het bevolkingsonderzoek borstkanker (BOB)?

Bij een doorverwijzing vanuit het BOB heeft de CvB de volgende ideeën over de registratie:
- Een doorverwijzing via het BOB mag worden geïnterpreteerd als een verzoek om herbeoordeling.
- Afhankelijk van het vervolg wordt de registratie alleen een herbeoordeling (89879, als er geen aanvullend onderzoek plaatsvindt), een herbeoordeling en een echografie van mamma (86970) of een mammografie (86902) als er een aanvullende compressieopname wordt gemaakt (en dan vervalt de registratie van een herbeoordeling).

Registratie voortijdig afgebroken interventie

Wat wordt geregistreerd bij een voortijdig afgebroken interventie?

In overleg met de sectie Interventieradiologie (NVIR) is het uitgangspunt dat de behandelintentie leidend is voor de registratie en declaratie. De keuze van de zorgactiviteit, die wordt vastgelegd, is dus niet afhankelijk van technisch dan wel klinisch succes. De behandelintentie bepaalt de gekozen codering en deze wordt aangepast indien op basis van (angiografische) beelden het behandelplan wordt aangepast. Kosten van afgebroken interventies kunnen worden verdisconteerd in de kostprijzen/tarieven van een zorgactiviteit.

Ter verduidelijking een aantal scenario’s bij een procedure waarbij het percentage technisch falen relatief hoog is, i.e. intra-arteriële trombolyse bij stroke:
1. Procedure is gestart, maar op basis van angiografische beelden wordt besloten dat intra-arteriele thrombolyse niet haalbaar is.
2. Tijdens opvoeren van katheter ontstaat een intra-craniële dissectie of bloeding. Procedure wordt afgebroken agv opgetreden complicatie.
3. Tijdens procedure aspireert patiënt, ontstaat een reanimatiesetting en dient de procedure te worden gestaakt.
4. Ondanks herhaalde pogingen lukt het niet het stolsel te verwijderen uit ACM. Procedure wordt beëindigd.

In scenario 2 t/m 4 is sprake van technisch falen en/of afbreken procedure a.g.v. complicatie. De codering die past bij 2 t/m 4 is die van intra-arteriële trombolyse. Dat is in lijn met de uitgangspunten voor complicatieregistratie en bestaande studieregistratie (MR CLEAN). In scenario 1 is er een wijziging in het behandelplan en dient de codering te worden aangepast naar diagnostische angiografie.

Dienstverlening huisartsenposten

Is er een richtlijn voor dienstverlening aan huisartsenposten in de avonden, nachten en weekeinden?

Er is een landelijke tendens en discussie gaande omtrent radiologische dienstverlening aan huisartsenposten in de avonden, nachten en weekeinden, waarbij de huisartsen een zelfde diagnostiek wensen zoals overdag op werkdagen gebruikelijk is, d.w.z conventionele röntgendiagnostiek met name van extremiteiten. Gezien de diverse situaties en omstandigheden is de CvB van mening dat de radiologische dienstverlening aan huisartsen(posten) buiten kantooruren beter op lokaal of regionaal niveau kan worden besproken en afgesproken, dan dat moet worden gestreefd naar een landelijke richtlijn.
Wel kan worden gekeken naar goede voorbeelden of ervaringen in de praktijk. Binnen de CvB zijn er goede ervaringen met verlengde bedrijfstijden tot 20 uur of 22 uur op werkdagen en in het weekeinde extra tijden of slots, waarin patiënten via de huisarts(enpost) zich ook zonder spoedindicatie met een aanvraag voor beeldvormende diagnostiek kunnen melden. Dit is veelal organisatorisch wel in te passen door de betrokken afdeling en vakgroep radiologie zonder grote aanpassingen en/of hoge extra kosten.
Als een huisarts buiten deze afgesproken tijden een aanvraag doet, en er is geen spoedindicatie, dan wordt de patiënt gevraagd om de volgende dag terug te komen via de eigen huisarts. Dat heeft als bijkomend voordeel dat de uitslag rechtstreeks terechtkomt bij de eigen huisarts.
Verder gaan alle aanvragen buiten de afgesproken tijden met spoedindicatie naar de Spoed Eisende Hulp, hetgeen inderdaad leidt tot een zorgproduct van het behandelend specialisme en daardoor tot betaling van het eigen risico door de patiënt. Maar dit kan worden gezien als een passende bekostiging voor passende zorg, gezien de spoedindicatie.